 |
 |
 |
Inhoud
- Het eerste begin
- De ontwikkeling in Nederland
- De plaats op de Wereldranglijst
- De technische achtergronden van het
Synchroonzwemmen
- Ontwikkelingen om het Synchroonzwemmen
aantrekkelijker te maken
| 1. Het eerste begin |
 |
| Het Synchroonzwemmen is voortgekomen uit
het zogenaamde trickzwemmen, dat uit het eind van de vorige
eeuw stamt. Hierbij werden bepaalde behendigheidsoefeningen
zoals salto's, rollen en draaien langs en onder de waterspiegel
uitgevoerd. Een andere voorloper van het hedendaagse Synchroonzwemmen
is het figuurzwemmen dat, zodra de mogelijkheden tot mechanische
muziekweergave groter werden, met muziek als achtergrondbegeleiding,
werd uitgevoerd. In 1934 liet mevrouw Cay Curtis haar meisjes
op de wereldtentoonstelling in Chicago zwemslagen en figuren
op de maat van de muziek uitvoeren, waarmee het eigenlijke Synchroonzwemmen
is ontstaan. Na de tweede wereldoorlog werd de sport in Europa
populair. In 1956 werd zij door de FINA erkend, terwijl met
ingang van 1965 regionale kampioenschappen over de gehele wereld
mogelijk waren. De eerste officiële Wereld Kampioenschappen
werden gehouden in Belgrado in 1973 en de eerste officiële
Europese Kampioenschappen vonden een jaar later plaats in Amsterdam.
Synchroonzwemmen is lange tijd een relatief onbekende sport
gebleven. De bekendheid bij het 'grote publiek' is de laatste
10 jaar, sinds het Olympisch debuut tijdens de Spelen van 1984
in Los Angeles, echter duidelijk toegenomen. |
2. De ontwikkeling in Nederland 
 |
Nederland
was voorloper in Europa wat betreft de ontwikkeling en aanpak
van het Synchroonzwemmen. Iet Koster-van Feggelen en Jan Armbrust
introduceerden in 1948 deze sport in ons land en de verenigingen
ZAR en De Meeuwen werden daarmee de pioniers. Het wedstrijdelement
was in eerste instantie nauwelijks aanwezig. Er kwamen echter
steeds meer verenigingen die het Synchroonzwemmen in hun pakket
opnamen en in 1960 werden de eerste Nederlandse Kampioenschappen
Synchroonzwemmen in Zwolle gewonnendoor de voormalige wedstrijdzwemster
Hetty Balkenende (ZAR). De hegemonie van de beide 'Amsterdamse'
verenigingen wordt in het midden van de zeventiger jaren doorbroken
door DSZ uit Den Haag en NZC '21 uit Nijmegen. Circa 10 jaar
later is opnieuw een vereniging uit Amsterdam, De Dolfijn, de
sterkste in Nederland. Tussen 1986 en 1994 hebben leden van
deze vereniging alle titels bij de nationale senioren kampioenschappen
voor zich opgeëist. 
Hoewel het Synchroonzwemmen in bepaalde delen van Nederland
lang onderontwikkeld is gebleven, zijn met name de laatste 10
jaar ook in het noorden (Groningen, Friesland en Drenthe) en
het zuiden (Limburg en Noord-Brabant) veel verenigingen in deze
sport actief geworden en is ook daar het niveau zeer duidelijk
gestegen.Naarmate het Synchroonzwemmen zich over Nederland verspreidde,
ontstond behoefte aan een hogere frequentie van (regionale)
wedstrijden. Binnen enkele kringen en districten lopen al vele
jaren regionale competities, die ieder hun eigen specifieke
opzet kennen. Toen het niveau in de breedte omhoog ging is gezocht
naar een opzet waarbij meer op nationaal niveau de krachten
konden worden gemeten. In 1991 is gestart met een nationale
verenigingscompetitie voor de allerjongste leeftijdsgroepen
en op initiatief van de kringen, een interkringen-toernooi voor
alle leeftijdscategorieën. Uiteindelijk is dit uitgemond
in het samengaan van beide wedstrijdcycli. Doelstelling is om
door middel van een totale competitie voor alle leeftijdsgroepen
te realiseren dat de top vaker tegen elkaar kan strijden en
in de breedte versterkt kan worden. |
3. De plaats op de Wereldranglijst
 |
Nederland heeft sinds de start van de grote internationale
toernooien in Europa in de top meegedraaid. Eenmaal werd de
ploeg Europees kampioen (in 1977). Ook in de eerste helft van
de jaren tachtig bereikte het Nederlandse Synchroonzwemmen internationaal
goede prestaties met als hoogtepunt de vierde plaats van Marijke
Engelen op het onderdeel solo tijdens de Olympische Spelen van
1984 in Los Angeles. Hierna kwam een mindere periode waarin
jonge zwemsters ervaring moesten opbouwen, waardoor in 1988
helaas geen Nederlandse afvaardiging zich voor de Olympische
Spelen van Seoul wist te kwalificeren. Goede prestaties werden
in het meer recente verleden geleverd door het duo Marjolijn
Both en Tamara  
Zwart in de vorm van een bronzen medaille tijdens de Europese
Kampioenschappen van 1991 in Athene en finaleplaatsen tijdens
de Olympische Spelen van 1992 in Barcelona. Na de goede prestaties
tijdens de Olympische Spelen in 1992 is er sprake van een terugval.
Tijdens de Europese Kampioenschappen 1993 zijn vijfde plaatsen
op alle onderdelen behaald, terwijl in 1995 genoegen moest worden
genomen met een plaats in de subtop.
Tijdens wedstrijden gedurende de laatste jaren is gebleken dat
binnen Europa landen als Rusland, Frankrijk, Italië en
Spanje voor ons op dit moment niet bereikbaar zijn, terwijl
Engeland, Zwitserland en Oekraine op vergelijkbaar niveau opereren.
Buiten Europa geldt dit laatste voor China en in mindere mate
voor Korea en Mexico. De technische basis van Nederland is weliswaar
van vergelijkbaar niveau, maar wij moeten het afleggen op de
uitvoeringen. De traditioneel sterke toplanden als Canada, USA
en Japan zijn eveneens onbereikbaar. Vanaf de Olympische Spelen
1996 omvat het Synchroonzwemmen alleen de ploeguitvoering (geen
soli en duetten). Slechts 8 landen mogen aan de Olympische Spelen
deelnemen. Nederland heeft zich voor de Olympische Spelen 1996
helaas niet bij die 8 landen kunnen plaatsen. Voor de Spelen
in 2000 zijn ook de duetten weer toegevoegd. 24 duetten mogen
meedoen. |
4. De technische achtergronden van het Synchroonzwemmen

 |
Vele
facetten zijn van belang om het Synchroonzwemmen op topniveau
te kunnen beoefenen. Lichaamsbeheersing om figuren in een gelijkmatig
tempo en volgens een vaste omschrijving te kunnen uitvoeren,
snelheid en een goede beheersing van de zwemslagen om tijdens
een uitvoering de gewenste badverdeling te kunnen laten zien,
lenigheid, kracht en uithoudingsvermogen, maar daarnaast ook
creativiteit, gevoel voor ritme en presentatie. Het is juist
deze verscheidenheid die de sport zo aantrekkelijk maakt, zowel
voor haar beoefenaren als voor het publiek Synchroonzwemwedstrijden
worden georganiseerd op de onderdelen figuren, technische uitvoeringen
en vrije uitvoeringen.Bij het onderdeel figuren voert iedere
deelnemer individueel vier figuren uit zoals omschreven in het
reglement. 
De technische uitvoering is een uitvoering op muziek met een
aantal in het reglement omschreven verplichte elementen. Bij
de vrije uitvoering zijn er geen restricties met betrekking
tot inhoud en choreografie. Bij de technische- en vrije uitvoeringen
onderscheidt men drie categorieën: soli, duetten en ploegen,
waarbij een ploeg uit vier tot acht deelnemers bestaat. De tijdsduur
van de verschillende uitvoeringen is gelimiteerd en varieert
van twee minuten voor de technische uitvoering solo tot vijf
minuten voor de vrije uitvoering ploeg. De toegestane tijd voor
bewegingen op de kant is tien seconden. Een wedstrijd bestaat
uit tenminste twee, van bovengenoemde drie, onderdelen, waaronder
altijd de vrije uitvoering. De beoordeling van de prestaties
geschiedt door één tot vier panels van 5 (figuren)
c.q. één of twee panels van 5 of 7 (uitvoering)
juryleden onder leiding van een scheidsrechter en met assistentie
van een jurysecretariaat om de beoordelingen te verwerken. De
juryleden geven cijfers van 0 tot 10, oplopende in tienden van
punten. Bij de beoordeling van de figuren neemt de jury de omschrijving
volgens het reglement in aanmerking, alsmede de hoogte en controle
die de deelnemer toont, waarbij ieder onderdeel duidelijk onderscheiden
dient te worden en de figuur in een gelijkmatig tempo moet worden
uitgevoerd. De beoordeling van de uitvoering bestaat uit twee
delen. Het eerste cijfer wordt gegeven voor de technische waarde,
waarbij in beschouwing worden genomen de moeilijkheid, de wijze
van uitvoeren en de synchronisatie van de zwemmers met de muziek
en onderling. Het tweede cijfer geeft de waardering voor de
artistieke impressie, waarin worden gewogen de choreografie,
de interpretatie van de muziek en de presentatie van de zwemmer(s).Het
eindresultaat van een wedstrijd wordt bepaald door de som van
het resultaat van de verschillende onderdelen vermenigvuldigd
met een percentage. Bij een wedstrijd met drie onderdelen zijn
deze percentages 25% voor de figuren, 25% voor de technische
uitvoering en 50% voor de vrije uitvoering. 
Bij een wedstrijd met twee onderdelen (figuren of technische
uitvoering en vrije uitvoering) zijn deze percentages respectievelijk
35% en 65%.Zwembaden dienen voor Synchroonzwemwedstrijden aan
een aantal eisen te voldoen. Bij het onderdeel figuren moet
het bad over een gedeelte van minimaal 10 bij 3 meter tenminste
3 meter diep zijn. Voor de uitvoeringen is een minimaal oppervlak
van 12 bij 25 meter vereist dat over een oppervlak van 12 bij
12 meter tenminste 2.5 meter diep is en voor het overige tenminste
1.8 meter diep. De watertemperatuur moet tenminste 25 graden
Celsius zijn, en mag maximaal 28 graden Celsius bedragen. Met
betrekking tot de vereiste diepte zijn er zeer veel zwembaden
in Nederland die niet aan de gestelde eisen voldoen en derhalve
in principe ongeschikt zijn voor het beoefenen van Synchroonzwemmen
als topsport. |
5. Ontwikkelingen om het Synchroonzwemmen
aantrekkelijker te maken 
 |
Tijdens
het FINA-congres dat in september 1994 in Rome is gehouden,
zijn voorstellen aangenomen om het onderdeel figuren tijdens
de Olympische Spelen en andere grote toernooien te vervangen
door technische uitvoeringen. Het oogmerk is de sport voor het
publiek aantrekkelijker te maken door het zeer tijdrovende onderdeel
figuren af te schaffen. Daarnaast heeft deze opzet het voordeel
dat het publiek meer rechtstreeks kan volgen hoe de uiteindelijke
uitslag wordt bepaald. Ook voor de beoefenaren is dit een goede
ontwikkeling. Synchroonzwemmen is primair zwemmen op muziek
en dit onderdeel krijgt op deze wijze meer aandacht. De techniek
is echter de basis van het Synchroonzwemmen en derhalve zal
op lagere niveaus en op jeugd-wedstrijden het onderdeel figuren
wel op het programma blijven staan. Nederland is in dit opzicht
een voorloper. Reeds enige jaren wordt tijdens onze Nationale
Kampioenschappen op het onderdeel solo (en sinds 1995 ook op
het onderdeel duet) een technische uitvoering gezwommen. Vanaf
1995 is met een opzet gewerkt, waarbij de figuren alleen nog
in de kwalificatie wedstrijd een rol spelen. Bij de Europese
Kampioenschappen die in 1995 in Wenen werden gehouden stonden
eveneens geen figuren meer op het programma en vanaf de Olympische
Spelen 1996 en de Wereld Kampioenschappen 1998 is dit ook bij
deze evenementen het geval. |
|
 |
|
 |
 |
 |
|
 |
|