Home Algemeen Jeugdopleiding Wedstrijdzwemmen Synchroonzwemmen Waterpolo Masters Zoeken Contact  
Wedstrijdzwemmen Historie

Inhoud
 
klik op de vergroting
waar beschikbaar

De geschiedenis

Babylonische reliefs en Assyrische muurtekeningen brengen de zeer vroeg aanwezige zwemvaardigheid van de mens inbeeld. De oudste en meest bekende tekeningen van het zwemmen werden gevonden in de Kebir woestijn. Ze zijn 6000 jaat oud. De Nagoda reliefs (zie afbeelding) laten zwemmers zien welke 5000 jaar geleden al zwommen. Ook bekend zijn de reliefs welke soldaten van farao Ramses II (1279 vc tot 1212 vc) laten zien waarin zij hun vijanden achterna zitten door de Orontes rivier tussen het oude Egypte en Asia Minor over te steken. Zwemmen stond ook in hoog aanziein het oude Griekenland en Rome, en wel speciaal voor het trainen van de krijgers. In Japan werden al 100 jaar vc wedstrijden gehouden. Tijdens de middeleeuwen (500 tot 1500) was zwemmen een stuk minder populair. Zwemmen werd geassocieerd met de steeds terugkerende epidimieën van die tijd.



De ontwikkeling van de slagen

Toen Flying Gull voorbij Tobacco 'vloog', daarbij al zwemmend de afstand in het 45 meter bad in 30 seconden afleggend, waren de Londenaren stomverbaasd. Het jaar is 1844, en zwemmen is al een populaire wedstrijdsport in Engeland. Maar Britse atleten vertrouwden over het algemeen nog op de schoolslag om afstanden in het water af te leggen, en waren geschokt door de vertoning van de Noord Amerikaanse Indianen die uitgenodigd waren in Londen door de Swmming Society in Engeland.

Zeer on-Europees

Een toeschouwer typeerde hun zwemmen als "zeer on-Europees", verklarend dat de Indianen " het water met geweld kapot sloegen met hun armen als waren het zeilen van een windmolen, en sloegen met kracht hun voeten naar beneden, daarbij grotekse bewegingen makend." Al was de stijl van Flying Gull en Tobacco merkbaar sneller, het werd niet gekopieerd, en de Britse zwemmers bleven netjes zwemmen zoals ze gewend waren. Het was pas veertig jaar later dat de "zeer on-Europese" stijl van de Indianen opnieuws werd geïntroduceerd als de 'crawl': een slag zo snel dat het de wedstrijdzwemsport revolutioneerde.

Toch was deze revolutionaire vooruitgang eigenlijk al eeuwen oud. De originele inwoners van America, West Africa en sommige Pacifische eilanden gebruikten de crawl al generaties lang, terwijl de Europeërs hun zwemmen beperkten tot school- en zijslagen, afgeleide slagen van wat eens de eerste methode was van de mens om hun hoof boven het water te houden: de 'hondjes-methode' geleerd van de dieren. Alhoewel deze vier-benige peddelstijl natuurlijk is voor veel dieren, is het voor de mens een wilde, moeilijke en vermoeiende manier om van de ene riverkant naar de andere te komen.

Plato vond mensen die niet konden zwemmen onderontwikkeld

TlalocanEr zijn meerdere afbeeldingen van zwemmers in het Vaticaan, Borgiers en Bourbon, en de muurtekeningen van het Tepantitla Huis in Teotihuacan (bij Mexico City) laat mannen zien die zwemmen in het water van "Tlalocan", paradijs van Tlaloc, de god van het water (zie afbeelding). Julius Caesar en Charlemagne stonden bekend als zeer goede zwemmers, en Louis XI zwom geregeld in de Seine.

In 1837 werden er al zwemwedstrijden gehouden in Londen, georganiseerd door de National Swimming Society, er waren zo'n 6 kunstmatige zwembaden in de stad. Meer zwembaden werden er bijgebouwd toen de sport snel in populariteit toenam, en toen in 1880 een nieuwe overkoepelende organisatie, de Amateur Swimming Association of Great Britain, werd opgericht, had het al 300 aangesloten verenigingen. Ondanks de indruk die Flying Gull en Tobacco hadden gemaakt met hun ' windmolenslag', bleven de Engelsen de schoolslag gebruiken. Ze zwommen op een tradietionele manier, armen onder water naar voren en naar achteren duwend vanuit de borst tezamen met een kikkerachtige schopbeweging.

Matthew WebbIn een tijd waarin uithoudingsvermogen hoger werd aangeschreven dan racen tegen de tijd, was de ultieme test het oversteken van Kanaal, iets dat als onmogelijk werd beschouwd. Op 24 augustus 1875, gleed Kapitein Matthew Webb in het water van Dover, Engeland, om 21 uur en 45 minuten later de wal aan te raken van Cape Gris, Frankrijk, en zodoende de eerste werd die het kanaal zwemmend overstak. Met de schoolslag als voornaamste slag zwom hij 38 mijl (61 km), daarbij een rechtlijnige afstand afleggend van 20 mijl (32 km). Het was geen saaie tocht. Tijdens de oversteek zong Kapitein Webb, dronk koffie en bier, at een biefstuk, en werd gestoken door een kwal, en moest door een storm zwemmen.

Pas 31 jaar later werd een andere succesvolle oversteek gedaan door Burguss. Sullivan was de eerste Amerikaan. Het huidige record is 10 uur en 50 minuten, in 1950 gezwommen door een Egyptenaar genaamd Hassan Abdel Rehim. Waar Flying Gull en Tobacco faalden om Engelse zwemmers bewust te maken van een andere techniek, waren sommige Zuid Amerikaanse indianen indirect meer succesvol. J. Arthur Trudgen merkte tijdens een reis door Zuid-Amerika op dat de Indianen veel sneller door het water gingen met hun bovenhandse zwemslag dan hij als amateur zwemmer met de schoolslag.
Hij overzag het feit dat de slag gepaard ging met het op neer bewegen van de benen. Historici zijn het niet met elkaar eens over het tijdstip van Trudgen's reis, het ergens tussen 1870 en 1890 plaatsend. Maar belangrijker is het feit dat hij na zijn terugkeer in Engeland begon met het onderwijzen van de nieuwe armbeweging. En ondanks het feit dat men nog de 'kikkertrap' van de schoolslag gebruikt, waren de zwemmers krachtiger en sneller door de bovenhandse armbeweging. Door de Trudgen slag, zoals het genoemd werd, konden zwemmers het record op de 100 yards terugbrengen van 70 naar 60 seconden.
Door Trudgen's zwemonderricht verschoof de nadruk op het zwemmen van uithoudingsvermogen naar snelheid, maar de revolutie was slechts half volbracht. De leider in de resterende stijd was een andere Engelsman, Frederic Cavill. Cavill werd een bekende zwemmer met de schoolslag en emigreerde in 1878 naar Australië. Daar bouwde hij zwembaden en gaf zwemonderricht. Net voor de eeuwwisseling maakte de Cavill-familie, met zijn zes zonen, een reis naar de Zuidzee. Net als Trudgen merkte hij op dat de allochtonen een bovenhandse slag bezigden. Maar hij lette beter op, hij zag ook dat de beenbeweging anders was en bestuurde deze nauwkeurig. Na zijn tegrugkeer naar Australië begon hij zijn zonen de nieuwe slag te leren, en al snel zwommen zij voorbij elk bestaand record.


Toen één van de Cavills gevraagd werd de slag te beschrijven, zei hij "it is like crawling through the water" (het is als kruipen door het water). Geleidelijk aan werd de slag bekend als de crawl, en slechts licht gewijzigd word de vrije slag nog steeds gebruikt in het tegenwoordge wedstrijdzwemmen.

Duke Kahanamoku Vergroten De zonen van Cavill waren overtuigende 'evangilisten', hun slag werd al snel alom gebruikt. Één zoon, Sidney, ging naar San Francisco, Californië, om in 1903 het Olympisch team te coachen. Een vroege leerling, J. Scott Leary, werd de eerste Amerikaan die de 100 yards zwon in 80 seconden, en won 17 opéénvolgende races. Charles M. Daniels, die voor Leary debuut de snelste zwemmer van de U.S. was, bestudeerde de nieuwe slag en kwam uiteindelijk voor de dag met zijn 'Amerikaanse crawl'. Daniels won 4 gouden medailles op de Olympsiche spelen en schaafde het wereldrecord voor de 100 yards bij naar 54.8 seconden in 1910. Een paar jaar later, toen Duke Kahanamoku uit Hawaii (zie foto) meedeed aan de internationale zwemwedstrijden, werd hem gevraagd wie hem de crawl had geleerd. Kahanamoku, winnaar van de Olympische 100 meter wedstrijd in 1912 en 1920, antwoorde met "Niemand". Hij had de crawl als kind geleerd door naar de oudere oorspronkelijke inwoners van zijn thuiseiland te kijken, die, zoals hij beweerde, de slag al vele, vele generaties gebruikten. Kahanamoku behaalde zijn record met een zesvoudige slagcyclus, een slag die nu geld als de klassieke vrije slag. Elke complete slag van zijn armen (in het water, duwen en terug) ging vergezeld van zes voetslagen.

Johnny WeismullerTijdens de Parijse spelen in 1924 ging een 20-jaar oude Amerikaan, genaamd Johnny Weismuller, voorbij aan Kahanamoku met dezelfde zesvoudige slag, de 100 meter winnend in een Olympisch record van 59 seconden. Weismuller won nog twee gouden medailles op dezelfde spelen, en won er nog twee op de Amsterdamse spelen in 1928. Hij vestigde wereldrecords in 67 verschillende wedstrijden op afstanden varieërend van 50 tot 880 yards, voordat hij het zwemmen inruilde voor zwaaien tussen de bomen en een nog grotere faam verwierf als Tarzan.


Don Schollander Vergroten De zesvoudige crawl uit de dagen van Kahanamoku en Weismuller is weinig veranderd; Don Schollander uit Amerika (zie foto) gebruikte hem nog toen hij naar 4 gouden medailles zwom op de Olympische Spelen van Tokyo in 1964.

Hoezeer de sport nog in de kinderschoenen stond, bleek bij het zwemmen bij de eerste moderne Olympische Spelen van 1896 in Athene. Dat vond niet plaats in een zwem-accommodatie, maar in de haven van Piraeus. Voor het nummer 1200 m vrije slag werden de deelnemers per boot de zee opgevoerd en daar op het woeste en ijskoude water losgelaten. De Hongaar Hajos was zo handig geweest zich dik met vet in te smeren en won. Er waren alleen vrije slag wedstrijden, waarbij de deelnemers nog vertrouwden op diverse interpretaties van de schoolslag of Trudgen's slag. In 1900 werd een rugslag toegevoegd, en omdat de crawl de meeste gebruikte vrije slag werd, werd de schoolslag een aparte dicipline in 1904. De vrije slag voor vrouwen werd het eerst gehouden op de spelen van 1912, en geleidelijk aan werden het aantal diciplines uitgebreid zoals gangbaar in het huidige wedsrijdzwemmen.

De schoolslag werd traditioneel gezwommen tot begin 1930, toen sommige zwemmers ontdekten dat men snelheid won als men bij het keerpunt een dubbele armslag boven het hoofd uitvoerde. De coach bij de Iowa University in Amerika, Dave Armbruster, en één van zijn zwemmers genaamd Jack Seig, speelden met deze "vlinderslag", en ontwikkelden een nieuwe beenslag genaamd de "dolfijn" erbij, een soort golvende beweging van de heupen tot en met de voeten.
Van oorsprong was de vlinderslag een modeverschijnsel, de slag werd te vermoeiend gevonden om hele afstand mee af te leggen. Maar hij bleek sneller te zijn dan de conventionele schoolslag, en in 1938 domineerden zwemmers met een vlinderslag, vaak gecombineerd met de kikkerachtige beenslag, de schoolslag. Uiteindelijk werden in 1953 hiervan twee verschillende disciplines gemaakt; de schoolslag die bekend werd als de "stille slag", voor zwemmers die vonden dat ze een betere tijd onder water konden maken. Deze was sneller, maar moeilijker voor de longen.

Schoolslag-zwemmers bleven zo lang mogelijk onder water, en sommige vielen zelfs flauw of kwamen bij de finish met een blauw gezicht. Een paar jaar later werden de regels weer veranderd zodat de schoolslag gezwommen moest worden met het hoofd boven het water. De vlinderslag werd voor het eerst gezwommen als een aparte discipline bij de Olympische Spelen van 1956 in Melbourne, en wordt vandaag de dag meestal gezwommen met de dolfijn beenslag.

Sinds de eerste keer dat de rugslag werd gebruikt op de Olympische Spelen van 1900 is deze weinig veranderd. Het is de enigste afstand waarbij gestart wordt in het water, een duw tegen de muur in plaats van een duik in het water. De beenslag is eigenlijk een omgekeerde variant van de crawl beenslag, waarbij de armen ook in en uit het water gaan. Adolfh Kiefer, die de rugslag domineerde van 1935 tot 1945, gebruikte gestrekte armen in het water. Australische rugslag zwemmers kwamen erachter dat men sneller ging met licht gebogen armen, hun stijl is heden ten dage gemeengoed geworden.

Nieuwe trainingsmethoden hebben de afgelopen jaren baan- en veldatleten geholpen om tot verbazende resulatten te komen, en vele van dezelfde technieken hebben moderne zwemrecords zo tijdelijk als zeepbellen gemaakt. "Tarzan" Johnny Weismuller, veroveraar van de olifanten, apen en meerdere zwemafstanden, zou vandaag de dag verslagen worden bij elke afstand boven de 100 meter door een 13 jaar oud Californisch schoolmeisje genaamd Sue Pederson. Het record op de 1500 meter vrije slag bij de vrouwen is nu minder dan het record van de mannen 15 jaar geleden. De records en de leeftijd van de snelste zwemmers lijken te dalen in een geleidelijk tempo.

Nederlandse en de Olympische Spelen

Alhoewel Nederland geen rol speelde in de ontwikkeling van de zwemslagen, waren we er al wel vroeg bij. Al in 1900 veroverde Nederland al een zwem-medaille, onduidelijk is welke. Het complete overzicht hieronder toont dat het wedstrijdzwemmen Nederland veel medailles heeft opgeleverd.

goud = goud, zilver = zilver, brons = brons

1928, Amsterdam
goud Marie Braun 100m rugslag
zilverzilver Marie Braun 400m vrije slag en 200m schoolslag

1932, Los Angeles
brons Dames Estafetteploeg 4x100m vrije slag

1936, Berlijn
goudgoud Rie Mastenbroek 100m en 400m vrije slag
goud Dames Estafetteploeg 4x100m vrije slag
goud Nida Senff 100m rugslag
zilver Rie Mastenbroek 100m rugslag

1948, Londen
goud Nel van Vliet 200m schoolslag
brons Dames Estafetteploeg 4x100m vrije slag
brons Wies Vaessen 100m vrije slag

1952, Helsinki
zilver Dames Estafetteploeg 4x100m vrije slag
zilver Geertje Wielema 100m rugslag
zilver Hannie Termeulen 100m vrije slag

1960, Rome
zilver Marianne Heemskerk 100m vlinderslag
zilver Tineke Lagerberg 400m vrije slag
zilver Wieger Mensonides 200m schoolslag

1964, Tokio
zilver Ada Kok 100m vlinderslag
zilver Dames Estafetteploeg 4 x 100m wisselslag
zilver Dames Estafetteploeg 4 x 100m vrije slag

1968, Mexico Stad
goud Ada Kok 200m vlinderslag
meer info over de spelen...

1976, Montreal
zilverzilver Enith Sijtje Maria Brigitha 100m en 200m vrije slag

1980, Moskou
zilver Dames Estafetteploeg 4 x 100m vrije slag

1984, los Angeles
goud Jolanda de Rover 200m rugslag
goud Petra van Staveren 100m schoolslag
zilver Dames Estafetteploeg 4 x 100m vrije slag
zilverzilver Annemarie Verstappen 100m en 200m vrije slag
zilver Jolanda de Rover 100m rugslag

1988, Seoul
zilver Dames Estafetteploeg 4 x 100m vrije slag

1996, Atlanta
zilverzilver Kirsten Vlieghuis 400m en 800m vrije slag

2000, Sydney
goudgoudgoud Inge de Bruijn 50m vrije slag, 100m vrije slag, 100 vlinderslag
goudgoud Pieter van den Hoogenband 100m en 200m vrije slag
zilver Estafetteploeg Dames 4 x 100m vrije slag
zilver Pieter vand en Hoogenband 50m vrije slag
zilver Mannen Estafetteploeg 4x200m vrije slag


2004, Athene
goud Inge de Bruijn 50m vrije slag
goud Pieter van den Hoogenband 100m vrije slag
zilver Pieter van den Hoogenband, Kenkhuis, Zastrow en Zwering 4 x 100m vrije slag
zilver Pieter van den Hoogenband 200m vrije slag
zilver Inge de Bruijn 100m vrije slag
zilver Inge de Bruijn 100m vlinderslag




 

4 Redenen voor een Website van 2BeeWeb

naar boven :: aangesloten bij de KNZB en NKS :: door 2BeeWeb :: copyright Hellas-Glana